Nieuwsarchief

donderdag 08 juni 2017 13:00

Staatssecretaris ziet geen aanleiding voor aanvullende wetgeving ter voorkoming van zwijgcontracten in de zorg
Staatssecretaris Van Rijn heeft op 18 mei 2017 in een brief aan de Tweede Kamer verslag gedaan van de vervolgrapportage door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) over vaststellingsovereenkomsten met ongewenste geheimhoudingsbepalingen. De Staatssecretaris ziet naar aanleiding van de rapportages vooralsnog geen aanleiding voor aanvullende wetgeving ter voorkoming van de zogenaamde zwijgcontracten in de zorg.

De tragische dood van een jonge tophockeyer zette de jarenlange discussie over 'zwijgcontracten' in de zorg weer op scherp. In opdracht van de betrokken zorginstelling deed een onafhankelijke commissie onder leiding van prof. Pauline Meurs onderzoek. Het advies van de commissie luidde: sluit na een calamiteit geen overeenkomsten met vergaande beperkingen, zoals een mediaverbod. Beperk je tot afspraken over de hoogte van de schadevergoeding en finale kwijting. Spreek geheimhouding over de overeengekomen bedragen af en beloof elkaar in de media niet te beschadigen. Niet met de pers praten is onwenselijk en onhoudbaar. Mede omdat patiënt en familie een wettelijk recht op informatie hebben. Zij mogen daarom zelf bepalen wat zij met de informatie doen, aldus de commissie.

De IGZ spreekt van een ongewenste vaststellingsovereenkomst indien één of meer afspraken zijn opgenomen die een belemmering vormen voor openheid en transparantie in de zorg. 

De IGZ startte een eigen onderzoek en kwam op 29 juni 2016 met een tussenrapportage. De tussenrapportage zag op vaststellingsovereenkomsten met ongewenste geheimhoudingsbepalingen, die een belemmering vormen voor de openheid en transparantie in de zorg. De vervolgrapportage van de IGZ maakt inzichtelijk welke acties de inspectie heeft ondernomen naar aanleiding van de individuele meldingen. Zij ziet erop toe dat zorgaanbieders dergelijke afspraken niet meer zullen maken. Daarbij maakt de inspectie zo nodig gebruik van haar handhavinginstrumenten op grond van de Wet klachten en geschillen zorg (Wkkgz) en de Wet toelating zorginstellingen (WTZi), waarbij zij de Governancecode 2017 als veldnorm gebruikt.

De staatssecretaris schrijft aan de Tweede Kamer dat het sluiten van vaststellingsovereenkomsten met dergelijke ongewenste geheimhoudingbepalingen niet is toegestaan op grond van de onlangs in werking getreden Governancecode Zorg 2017, de opvolger van de Zorgbrede Governancecode 2010. Meer specifiek zou dit in strijd komen met de in deze code verankerde principes van 'goede zorg' en 'waarden en normen'. De IGZ gebruikt de Governancecode Zorg 2017 als veldnorm bij het door haar uitgeoefende toezicht, op grond waarvan zij zonodig ook handhavend kan optreden. Dit betekent dat deze code dus ook van belang is voor zorgaanbieders die niet zijn aangesloten bij de brancheorganisaties die de code hebben opgesteld.

De IGZ heeft aangegeven dat het bestaande handhavingsinstrumentarium met betrekking tot het toezicht op ongewenste vaststellingsovereenkomsten vooralsnog toereikend is.

Zijn er vragen over condities van vaststellingsovereenkomsten? Onze personenschadespecialisten staan u graag te woord.

 

Meer nieuws